Met “gebruik van grond” wordt bedoeld: elke vorm van (tijdelijk of permanent) gebruik of bezetting van grond (of watergrond), bijvoorbeeld:
een perceel in gebruik nemen dat eigendom is van een overheid of andere partij;
grond van de gemeente, het waterschap of de staat gebruiken voor plaatsing van materialen, opslag, bouw, parkeerplaats, of andere activiteiten;
het veranderen van het gebruiksdoel van grond of water, zoals het inrichten als parkeerplaats, bedrijventerrein, opslag, etc., terwijl de oorspronkelijke bestemming anders is.
Als je grond gebruikt die niet in eigendom is — bijvoorbeeld grond van de gemeente, het waterschap of de staat — dan is er vaak méér nodig dan alleen een vergunning: ook (privaatrechtelijke) toestemming, huur- of pachtovereenkomst.
Of je een vergunning nodig hebt, hangt met name af van:
de eigenaar van de grond (privé, gemeente, waterschap, rijk, etc.);
de huidige bestemming / bestemming volgens omgevingsplan;
de voorgestelde functie of activiteit (bijvoorbeeld bouwen, opslag, gebruik, tijdelijk of permanent, watergerelateerd, etc.);
of het om gebruik in of op grond gaat die eigendom is van overheden of derden.
Als je gebruik wilt maken van grond van de staat / rijk / waterschap: dan is meestal zowel een vergunning (omgevingsvergunning) én een huur- of pachtovereenkomst nodig.
Bij het innemen of bezetten van gemeentelijke of waterschapsgrond (voor opslag, bouw, evenementen, container, etc.).
Als je een andere functie wilt geven aan grond dan volgens het bestemmingsplan is toegestaan — bijvoorbeeld een perceel waarvoor de bestemming “wonen” is, maar je wil er anders gebruik van maken (bedrijf, opslag, parkeren, etc.). Dan is een zogeheten “strijdig gebruik” vergunning noodzakelijk.
Als sprake is van grondverzet, ophogen, egaliseren, opslaan of afgraven, dan kan ook een vergunning of melding nodig zijn (vooral bij verandering van bodemkwaliteit, toepassingen van grond, hergebruik, etc.).
Als je grond gebruikt die niet jouw eigendom is, moet je vaak het volgende regelen:
Toestemming/overeenkomst van de eigenaar — bijv. huur, pacht of gebruiksovereenkomst met de gemeente, waterschap of staat.
Omgevingsvergunning (of melding) — afhankelijk van wat je op of met de grond wilt doen: bijvoorbeeld bouw, inrichting, verandering, opslag, verharding, watergebruik, etc.
Technische / milieutoets indien relevant — bijvoorbeeld bij grondverzet, bodemkwaliteit, watergebruik of verharding.
Via het Omgevingsloket kun je nagaan of je vergunning of melding nodig hebt, en je aanvraag indienen.
Gemeente of bevoegde overheid beoordeelt of het gewenste gebruik past binnen het omgevingsplan / bestemmingsplan of dat er sprake is van strijdig gebruik — zo ja, dan kan de vergunning worden geweigerd.
Als de grond eigendom is van de staat of overheidsinstantie: naast vergunning ook vaak een huur/vergoedering voor gebruik.
Een vergunning verleent géén eigendom van grond. Gebruik van grond blijft onder beheer van eigenaar — je krijgt alleen toestemming om activiteiten uit te voeren.
Ook als je al jarenlang grond “in gebruik hebt” — zonder overeenkomst — betekent dat niet automatisch dat je rechten hebt. Vaak is alsnog toestemming of legalisatie nodig.
Grondverzet of toepassing van grond/baggerspecie heeft strenge regels sinds de invoering van de Omgevingswet: grond moet gescheiden zijn, kwaliteit moet aangetoond worden, soms is melding of vergunning nodig.
Stap 1: bepaal wie de eigenaar is van de grond (gemeente, waterschap, rijk, particulier).
Stap 2: bepaal wat je wilt doen — tijdelijke of permanente activiteit? Bouwen, opslag, water, gebruik, verharding, etc.
Stap 3: check via het Omgevingsloket of een vergunning of melding nodig is.
Stap 4: vraag (indien nodig) toestemming of overeenkomst bij de eigenaar (huur/pacht/gebruiksovereenkomst).
Stap 5: lever alle benodigde documentatie aan (situatietekening, omschrijving gebruik, mogelijk milieutoets of bodemrapport, etc.).